Uittreksel: De Droomkoningin Maarten het Hart. 1980 KORTE INHOUD:De muziekcriticus Metten Anker is twaalf-en-een-half jaar getrouwd met Renske, een bekende violiste. Hij verdwaalt naar het allereerste overspel met Angela op de terugweg naar huis in volkstuincomplex. Tijdens deze nachtelijke dwaaltocht laat hij alle meisjes en vrouwen uit zijn leven de revue passeren, evenals de omstan- digheden waaronder de ontmoetingen plaatsvonden.SAMENVATTING:De hoofdpersoon Metten Anker neemt afscheid van een vrouw waar hij de hele avond bij is geweest en gaat naar huis. Deze vrouw, Angela, raadt hem aan niet door de vlakbij liggende volkstuintjes te gaan, omdat hij dan wellicht zal verdwalen. Hij doet het echter toch en onderweg wil hij de dingen die de laatste avond gebeurd zijn nog eens op een rijtje zetten maar bedenkt dan dat dat onmogelijk is zonder alle vrouwen die een min of meer belangrijke rol in zijn leven gespeeld hebben weer in herinnering te halen. In het volkstuinencomplex gaat hij op een bankje zitten en herinnert zich en meisje van ballet waar hij meteen mee had kunnen dansen zonder gerepeteerd te hebben, wat hem met andere meisjes niet lukte. Ook herinnert hij zich een meisje dat hij op een veerboot had ontmoet, die ontmoeting was volgens hem, zo zegt hij later, de eerste aanzet tot volwassenheid. Hij staat op en loopt door, de verwarde gedach- ten uit zijn hoofd schuddend en denkt dat hij maar beter bij het begin kan beginnen: de vroedvrouw. Van haar weet hij echter niet veel meer, behalve haar aanwezigheid bij de geboorte van Metten's zusje. Het was een flink, gezet en lelijk mens. Dit laatste was voor Metten aanleiding tot het plaatsen van diverse pijnlijke opmerkingen, gevolgd door ruzies, stille oorlogen, waarbij het uiteindelijk zover kwam dat zij, tante Riekie hem een strijkijzer op zijn kuit duwde. Wanneer hij dan op een avond in bed lag hoorde hij onder in de huiskamer het tweede Brandenburgse concert van Bach, waarmee tegelijk zijn passie voor deze componist geboren was. Weer terug bij de werkelijkheid loopt Metten door, zoekend naar de weg. Hij zet zich weer op de bank en verzinkt in gedachten.Hij denkt aan Heiltje, een meisje van de lagere school, hoe zij hem liet beloven later als ze groot waren met haar te trouwen, hoe ze hem mee naar huis nam en haar moeder een muziekstuk van Bach voor hem op de piano speelde. Via een ingewikkelde gedachten- kronkel komt hij op "oma's". Zijn echte oma's waren al vroeg gestorven, maar er was nog een vrouw waar hij oma tegen zei, die paste altijd op als ze weg waren. Hij maakte dan gebruik van haar voortdurende kindsheid om langer op te blijven.Het wordt nevelig. Metten staat op en loopt door. Hij komt dan langs een van de tuinhuisjes waar hij twee mannen met elkaar ziet praten. Hij blijft staan om een deel van het gesprek op te vangen; de een vertelt de ander hoe zijn vrouw lid werd van feministische bewegingen en hem naar het caf‚ stuurde als de dames bij haar op visite kwamen om zich te beklagen over de mannen en hun gedrag. Maar omdat hij al zo lang niet meer in een caf‚ geweest was, had hij maar besloten 's avonds naar zijn volkstuintje te gaan, hetgeen leidde tot een verhouding met een eigenares van een ander volkstuintje. Bang om betrapt te worden loopt Metten door. Het begint te onweren. Om te schuilen vlucht Metten een schuurtje binnen en herinnert zich een onderwijzeres uit zijn lagere schooltijd. Deze vrouw maakte hem het leven zuur, omdat hij voor lag op de andere leerlingen. Zij sloeg hem met een liniaaltje om de rest van de klas af te schrikken. Metten wist dat ze dat voor die reden deed en dat schiep een speciale band tussen hem en de onderwijzeres.Het houdt op met regenen en Metten wil weggaan als hij buiten drie mannen hoort praten die op zoek zijn naar een gluurder en hem, Metten, er voor aangezien hadden. Gelukkig lopen ze door en als Metten de deur wil openmaken om weg te gaan, hoort hij een vrouwestem vragen of hij al weg gaat. Hij schrikt en draait zich om. Het blijkt dat er een vrouw lag te slapen in dat schuurtje. De vrouw vertrouwt hem en ze raken in gesprek. Metten wil weggaan omdat zijn vrouw Renske op hem wacht thuis. De vrouw wil hem eerst niet laten gaan, maar toch verlaat Metten na een korte onenigheid het schuurtje. Metten loopt in de richting die hij voor de goede houdt, en ziet een eind verderop een hoogspanningsmast. Hij bedenkt dat hij van daar uit een goed overzicht over het complex kan hebben. Onderweg daar naartoe herinnert hij zich een meisje uit zijn middelbare schooltijd, dat op een avond haar hart hij hem uitstortte; zij was verliefd op een leraar. Hij klimt in de mast en bepaalt de richting. Hij moet over een vaart, waarbij zijn pad gekruist wordt door twee zwanen. Deze zwanen deden hem denken aan een meisje, Irene, uit zijn jeugd. Mettens vader was bakker. In de vakantie moest Metten altijd helpen met het bezorgen van brood. Zo kwam hij ook bij de havenmeester. Als hij aangebeld had deed altijd de dochter van de havenmeester open, Irene, Metten werd verliefd op haar. Toen Metten na de vakantie Irene vanuit zijn huis langs zag lopen besloot hij haar achterna te lopen.Toen Irene hem bemerkte, wandelden zij samen verder. Het gesprek ging over Bach, omdat Irene piano speelde en Metten musicologie studeerde. Het bleek dat Irene ook verliefd was op Metten en daaruit volgde Mettens eerste echte kus. Zij kwamen op een erf, waar ze door een kudden ganzen werden tegengehouden (de vergelijking met de zwanen). Weer in het dorp verdween Irene. Metten klimt weer in een andere hoogspanningsmast en herinnert zich zijn moeder, hoe ze altijd probeerde een zo goed mogelijke huismoeder en opvoedster te zijn.Opeens roept een man, die hij nog niet eerder gezien had, hem naaronder, en nodigt hem uit met hem mee te gaan naar zijn tuinhuisje. Metten gaat met hem mee en onder het genot van een kop koffie vertelt de man hem dat hij een verzameling aan het aanleggen is van huwelijksverhalen en geschiedenissen. Hij wil graag ook het verhaal van Metten zijn huwelijk. Metten begint te vertellen. Op tweede kerstdag van het jaar dat hij twintig was geworden, zat Metten op een bank in een park vlak bij het huis waar hij een kamer had. Het is met alsof Metten door een gebed aan God wil vragen hem van zijn hevig verlangen naar meisjes te bevrijden, als er een meisje langs komt; hij wordt op slag verliefd. Die zelfde middag ging Metten naar een leerlingenconcert van zijn muziekschool. Een van de uitvoerenden was het bewuste meisje, dat hij 's morgens gezien had, nadat Metten haar na afloop een glas bronwater gebracht had, volgde een vluchtige kennismaking, het gesprek ging, zoals gewoonlijk bij Metten over Bach. Van een programmafolder had Metten haar naam ontdekt en van de portier van de muziekschool haar adres. Zodoende stond hij iedere avond in een portiek tegenover haar huis naar haar raam te kijken. Renske (het meisje van de muziekschool) vraagt een pianist, Metten meldt zich meteen aan.Ze spelen enige tijd samen, waarbij Metten duidelijk de mindere is. Na enige tijd bekennen ze elkaar hun liefde.Metten maakt kennis met de ouders van Renske. Vader is directeur van een slachthuis. Moeder is zeer burgerlijk en vindt Metten zeer ongemanierd, wat Renske veel verdriet doet. Later beseft Metten echter, dat vrouwen niet houden van mannen om wat ze zijn, maar om wat ze ervan kunnen maken. Zo willen Metten en Renske trouwen. In het huwelijk neemt de onrust van Metten niet af. Renske slaapt zeer lang, terwijl Metten al vroeg actief is. Dit geeft spanningen. Renske gaat een maand lang naar Engeland om daar op te treden. Metten bezoekt een prostitu‚e, maar voelt zich bekocht. Metten en Renske krijgen van Renskes ouders te horen, dat het tijd wordt dat ze een kind verwekken. Metten moet leraar worden en Renskes vader zal een huis voor hen kopen. Het jonge echtpaar verklaart beslist kinderloos te willen blijven. 's Morgens vroeg verlaten ze stil het ouderlijk huis.Metten verlaat de jurist en gaat verder langs het kanaal. Hij denkt na over hetgeen de vorige dag gebeurd is. Zijn schoonmoeder belt hem op en vraagt of hij en Renske hun koperen bruiloft vieren. Metten is woedend en gaat naar een bijeenkomst waar een platenmaatschappij al Haydns pianotrio's presenteert. Daar ontmoette hij Angela Enzerink, die ook muziekkritieken schreef. Ze kunnen het goed met elkaar vinden en Metten vraagt of hij op de terugweg met haar mag meerijden. Ze eten samen in een restaurant en maken daarna een wandeling langs een meer. Angela slaat een arm om Metten, maar plotseling komt er een visser langs. Metten gaat met Angela mee naar huis. Angela zingt enige liederen en Metten begeleidt haar aan de piano. Ondanks duidelijke tekenen van Angela betuigt Metten haar geen liefde. Als Metten weg wil gaan, ontstaat er een gevecht. Hoewel Angela sterk is, slaagt Metten er toch in te winnen. Ze hebben twee keer gemeenschap; daarna draait Angela de mooiste muziek die ze kent: de afscheidsscene uit COSI FAN TUTTE van Mozart.Metten komt weer tot bezinning, als hij tegen het hek van de volkstuinen staat te wateren. Hij loop over een plank over het kanaal en komt langs sportvelden. Daarna vraagt hij de weg aan de baas van een koffiekeet. Als hij om zeven uur thuis komt, wordt Renske wakker. Ze heeft gedroomd dat Metten op straat een meisje zoende. Ze barst in snikken uit: Metten tracht haar te troosten. Hij haat zichzelf, omdat hij nu hoopt dat ze lang en vast zal slapen. Spoedig erna valt ze inderdaad in slaap. Metten heeft de cassette met de Haydn-trio's bij Angela laten staan.