Het bittere kruid Marga Minco 1e Druk: mei 1957 Druk: 9e druk juni 1966 Uitgever: Bert Bakker\Den Haag 1a) Marga Minco is het pseudoniem van Sara Voeten- Minco. Zij werd in de omgeving van Breda geboren uit Orthodox-Joodse ouders. Zi is getrouwd met de schrijver en Shakespeare-vertaler Bert Voeten. Tijdens de Duitse bezetting dook zij onder in Amsterdam; haar gehele familie werd gedeporteerd en kwam om. In de roman Het bittere kruid geeft zij een kroniek van haar persoonlijke ervaringen tijdens de tweede Wereld oorlog. b) Het bittere kruid De titel is ontleend aan Exodus 12 : 8. Daar wordt verteld over de instelling van het Paasfeet als de Joden in Egypte zijn. E‚n van de voorschriften die in acht genomen moeten worden bij de viering van het Paasfeest luidt:"Het vlees zullen zij diezelfde nacht eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden benevens bittere kruiden. In het boek vindt je dit terug op bladzijde 92, waar Dave, Lotte en Marga de mogelijkheden bespreken die ze hebben om onder te duiken. Marga moet dan opeens denken aan het Paasfeest dat ze thuis gewoon waren te vieren:'Dan verhaalde mijn vader op zangerige toon de uittocht uit Egypte en wij aten van het ongezuurde brood en het bittere kruid, opdat wij het nog zouden proeven tot in lengte van dagen. c) Ondertitel: Een kleine kroniek d) Motto:'Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om...' (Bert Voeten) (Marga Minco was getrouwd met de dichter Bert Voeten). e) Het thema: Het boek vertelt sober en zakelijk de geschiedenis van een Joodse familie in de tweede wereldoorlog. f) Het boek speelt zich af tijdens de tweede wereld oorlog. g) Genre: Psychologische oorlogsroman 2) Als de Duitsers de stad Breda binnentrekken, wordt iedereen ge‰vacueerd. Grote troepen mensen trekken zuidwaarts in de richting van de Belgische grens. Onder hen bevinden zich vader en moeder Minco en hun dochter, Marga. Hun twee andere kinderen, Dave en Bettie, zijn in Amsterdam. Na een paar dagen is alles rustig en gaan ze naar huis terug. Het leven hervat zijn normale loop, alsof er niets gebeurd is. Vader Minco, een vrome Jood, is een aartsoptimist en meent dat de Duitsers de Joden in Nederland netjes zullen behandelen. Het ogenblik komt waarop ze de gele jodenster op hun kleren moeten naaien. De Minco's doen dat zonder er drukte over te maken. Kort daarop worden vader Minco en Dave opgeroepen om voor arbeidsdienst gekeurd te worden. Beiden worden afgekeurd, de vader op grond van huiduitslag, de zoon doordat hij een drankje heeft ingenomen dat hem ziek maakt. In deze tijd laten de Minco's net als veel andere Joden een gezinsfoto maken. In Amsterdam wordt Bettie tijdens een razzia opgepakt. Na een paar dagen ontvangen ze een kaart van haar, waarin zij schrijft, dat ze het goed maakt. Weer later vertelt Wout, een kennis in Amsterdam, hun dat Bettie is doorgestuurd naar een concentratiekamp. Ze zien haar niet meer terug. In tegenstelling tot veel andere Joden besluiten de Minco's niet onder te duiken, voornamelijk als gevolg van het optimisme van de vader. Ze ontvangen een oproep om zich te melden, maar een kennis zorgt ervoor dat ze niet behoeven te gaan. WŠl moeten de ouders verhuizen naar het 'Judenviertel' in Amsterdam, waar de Duitsers een getto aan het inrichten zijn. Marga en Dave krijgen een doktersattest dat ze ziek zijn. Daarom lopen ze de hele dag in pyama, zodat ze in bed kunnen springen zodra er gebeld wordt. Op een dag gaat Marga haar ouders in Amsterdam opzoeken. Ze hebben daar kamers in een groot huis aan de Sarphatistraat. Met hun drie‰n wonen ze er enige tijd. Ze merken dat af en toe Joodse gezinnen verdwijnen: die duiken onder of worden opgepakt. Als er weer eens een razzia in de straat plaatsvindt, verbergen de Minco's zich in het Souterrain. Een keer wordt Marga op straat voor een ander aangezien en bijna meegenomen. Bij een andere gelegenheid weet zij tijdens een razzia nog net te ontsnappen. Een Joods bejaardentehuis, waarin ook haar tante Kaatje woont, wordt door de Duitsers leeggehaald. Intussen gaat het godsdienstige leven in de Joodse gemeenschap gewoon door. Dan komt het ogenblik waarop vader en moeder Minco worden opgehaald om gedeporteerd te worden. Marga weet te ontsnappen. Zij ziet haar ouders nooit meer terug en voelt zich schuldig dat zij op vrije voeten is. Zij gaat naar het huis aan de weteringschans waar haar broer Dave is ondergedoken. Lotte, de vrouw van Dave, bleekt haar haar en bezorgt haar een nieuw persoonsbewijs. Maar de hospita krijgt argwaan en ze moeten een ander onderkomen zoeken. Dave,Lotte en Marga gaan naar Utrecht om onderdak te zoeken. Om zo min mogelijk risico te lopen, kopen ze afzonderlijk een kaartje voor de trein. Als de vertelster in de trein zit, komt Dave, zet zonder een woord te zeggen een tas bij haar neer en verdwijnt weer. In Utrecht hoort ze dat Dave en Lotte zijn opgepakt. Nu wil ze niet meer in Utrecht blijven. Ze gaat terug naar Amsterdam, waar Wout ervoor zorgt dat ze kan onderduiken bij een arm daglonersgezin op het platteland. Daar moet ze met de vrouw des huizes een bed delen. Het geld dat Dave bij haar heeft achtergelaten raakt op. Ze kan niet langer bij het arme gezin blijven. Wout bezorgt haar een nieuw persoonsbewijs en een adres in Heemstede. Daar begint zij een nieuw leven onder een nieuwe naam. In de epiloog brengt de vertelster, enkele weken na de bevrijding, een bezoek aan haar oom in Zeist. Hoewel hij bericht heeft gekregen van het Rode Kruis dat zijn broer, haar vader dood is, blijft hij op zijn terugkomst hopen. Daarom loopt hij iedere dag naar de tramhalte om te kijken wie er uitstappen. Maar Marga weet dat haar familie nooit zal terugkomen, haar ouders niet, Dave niet en Lotte ook niet. 3) Eigen mening